Met de aankoop van een tegel in Delfts blauw met daarop de naam van onze vereniging geeft Delfia Batavorum een steuntje in de rug aan de nieuw op te richten cultuurtempel De Pels in de voormalige Remonstrantse Génestetkerk. De tegel komt, samen met 999 andere tegels van ‘founding members’ aan de wand te hangen in de doorgang naar de Génestetkerk aan de Oude Delft.
Het gebouw aan de Oude Delft 102, vernoemd naar de jonggestorven predikant en dichter P.A. De Génestet (1829 – 1861) die in Delft werkzaam is geweest, is in augustus 2019 verkocht aan Arjen Pels Rijcken uit Oegstgeest. Het pand werd in 2023 juridisch overgedragen aan de door hem opgerichte Stichting Cultuurtempel De Pels, met als doel de voormalige schuilkerk te ontwikkelen tot een culturele ontmoetingsplek, of zoals de organisatie het zelf formuleert: ‘Een bruisend cultureel en maatschappelijk podium in het hart van Delft.’ Een tegenhanger van De Balie in Amsterdam, aldus Pels Rijcken.
De ambitie is om in september 2027 open te gaan. Op de wensenlijst van de programmering staan debatten, moderne muziekoptredens, klassieke muziekconcerten, zondagse jazz-brunches, lezingen en interviews.
Maar eerst moet de financiering – de verbouwing is geraamd op 1,5 miljoen euro – rond zijn. Een deel is of wordt geworven bij fondsen, een deel wordt via crowdfunding opgehaald in de (Delftse) gemeenschap met de verkoop van onder meer duizend Delfts blauwe tegels, handgemaakt door Royal Delft. Daarmee wordt de tegelkoper een ‘founding friend’. Een verslaggever van het AD nam afgelopen week een kijkje en noteerde dat tot dusver enkele tientallen tegels zijn verkocht.
Delfia Batavorum kocht voor 250 euro een gepersonaliseerde tegel, omdat het doel van de Pels – het behoud van een monumentaal gebouw door het een nieuwe maatschappelijke en culturele functie te geven – aansluit bij de missie van onze vereniging. Penningmeester Matthijs Jansen: ‘Het bestuur van Delfia Batavorum ziet dit als een waardevol voorbeeld van hoe erfgoed duurzaam behouden kan worden door het een betekenisvolle plek in de stad te geven en tegelijk de geschiedenis van de plek in ere te behouden. Het initiatief sluit goed aan bij de doelstelling van de vereniging om zorg en betrokkenheid bij het materiële en immateriële erfgoed van Delft te bevorderen.’
Een van de bekendere gedichten van De Génestet, verschenen in november 1851, is allesbehalve een ode aan Nederland:
Boutade
O land van mest en mist, van vuilen, kouden regen,
Doorsijperd stukske grond, vol killen dauw en damp,
Vol vuns, onpeilbaar slijk en ondoorwaadbre wegen!
Vol jicht en parapluies, vol kiespijn en vol kramp
O saaie brij-moeras, o erf van overschoenen,
Van kikkers, baggerluî, schoenlappers, moddergoôn,
Van eenden groot en klein, in allerlei fatsoenen,
Ontvang het najaarswee van uw verkouden zoon!
Uw kliemerig klimaat maakt mij het bloed in de aderen
Tot modder; ‘k heb geen lied, geen honger, vreugd noch vreê.
Trek overschoenen aan, gewijde grond der Vaderen,
Gij – niet op mijn verzoek – ontwoekerd aan de zee.
(Op de foto: Interieur van de Génestetkerk. Foto De Pels)
