Op 8 juli verzamelde zich een kleine 30 leden van Delfia Batavorum in het Abtswoudse Bos voor een lesje archeologie.

Archeologen van Erfgoed Delft graven namelijk in de maanden juni-augustus een nederzetting op uit de periode 0 tot 275 na Chr., de Romeinse tijd dus. De Romeinse soldaten bewaakten in die tijd de noordelijke grens, de Limes, van het Romeinse Rijk. De lokale boeren behoorden tot een stam die Cananefaten heet. Ze woonden in boerderijen die op hoge plekken stonden. Ze voorzagen de Romeinen van voedsel. De sporen in de grond vertellen ons hoe de boeren hier leefden en werkten.
De boeren namen van de Romeinen nieuwe uitvindingen over, zoals muntgeld, bepaalde kledingstukken en aardewerk. Jonge mensen werden soldaat in het Romeinse leger.

De archeologen van Erfgoed Delft Bas Penning en Iris de Fuijk vertelden ons dat er diverse sporen van woningen en bijgebouwen zijn gevonden. Ze lieten ons zien dat die zijn te herkennen aan verkleuringen in de bodem. Donkere vlekken en strepen laten zien waar palen en wanden stonden. We mochten voorzichtig over het onderzoeksterrein lopen, waar alle vondsten met genummerde briefjes waren gemarkeerd. Deze worden met gps vastgelegd in geavanceerde archeologie-software en worden aldus zichtbaar op een tekening van het gebied.

De archeologen hebben veel scherven gevonden van potten en kannen. “Er zijn eenvoudige potten gevonden die hier in de buurt zijn gemaakt, maar ook mooie kommen en schalen die via handel van ver zijn geïmporteerd,” vertelde Bas Penning.
Het was een bijzondere ervaring om een rondje om een huis te lopen waarin meer dan 2.000 jaar geleden onze plaatselijke voorouders leefden.

Foto’s: Rob van der Horst
