‘Ze hebben het gewoon naar buiten gesmeten!’ roept Arnold Verschuyl halverwege de avond door de zaal.
Verschuyl is zeer gewaardeerd erelid van de vereniging, oud-bestuurslid, groot Delft-kenner, tevens een kwarteeuw werkzaam geweest als chirurg.
‘De avond’ is de drukbezochte nieuwjaarsbijeenkomst annex Historisch Café van Delfia Batavorum afgelopen woensdag 28 januari in de gezellige evenementenruimte van het Postkantoor.
En ‘het’ is het onderwerp van de avond: het historische sllngeruurwerk dat in een ver verleden in de toren van het Stadhuis hing en na vele omzwervingen in de Nieuwe Kerk is beland – en daar hoort het niet.
De Commissie Behoud Stadsschoon (CBS) van Delfia Batavorum zet zich in om het uurwerk terug op de oude plek te krijgen in de toren van het Stadhuis. ‘Waar het hoort. We zijn al drie decennia bezig’, zegt Theo Thomassen, oud-voorzitter, die deze avond een korte presentatie over de kleurrijke geschiedenis van het uurwerk houdt. ‘Het is het langst lopende project van onze vereniging.’
Het slingeruurwerk in kwestie stamt uit 1662. Het is gemaakt door de toenmalige stadsuurwerkmaker Brouckman voor de toren van het Stadhuis op de Markt, en het is het vermoedelijk oudste, of één van de oudste, werkende slingeruurwerken ter wereld. ‘Het is in elk geval ’s werelds oudste slingeruurwerk dat door Christiaan Huygens zelf is gezien en gelegitimeerd’, aldus Thomassen. De begrippen ‘uniek’, ‘wereldklasse’ en ‘historisch’ vallen dan ook veelvuldig gedurende de avond, samen met de woorden ‘onbegrijpelijk’ en ‘dramatisch’ omdat het maar niet lukt het uurwerk op zijn rechtmatige plek terug te krijgen.
In 1657 heeft Christiaan Huygens, briljant pionier in de wis-, sterren- en natuurkunde, het principe van het slingeruurwerk uitgevonden. In een samenspel van gewicht, spoel, tandwiel, anker en slinger ontketende hij een revolutie in de tijdmeting, door een uurwerk te ontwikkelen dat de tijd nauwkeuriger kon bijhouden dan ooit tevoren. Het meten van het verstrijken van de tijd werd meer dan honderd maal preciezer. Het belang van deze innovatie, waardoor iedereen letterlijk de klokken gelijk kon zetten, voor handel, vervoer, economie, en de hele samenleving kan niet licht worden overdreven.
Het Delftse uurwerk uit het Stadhuis heeft er eeuwen gehangen. Tot het bij de renovatie van 1938 uit het Stadhuis werd verwijderd, of ‘eruit werd gesmeten’, zoals Arnold Verschuyl het zegt. Het is daarna decennia kwijt geweest.
Het was Verschuyl die op een mooie dag, ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw, een deur open zag staan van een gemeentelijke opslagplek onder de Sebastiaansbrug. ‘Als een deur open staat, vat ik dat als een uitnodiging op om naar binnen te gaan. In de opslag zag ik hopen oud ijzer liggen, tandwielen, verbogen delen.’ Het bleek het gedemonteerde slingeruurwerk uit de zeventiende eeuw, na de renovatie in de jaren dertig in de opslag onder de brug gelegd.
In de daaropvolgende decennia hebben diverse leden van de vereniging, liefhebbers en kenners, met niet aflatende steun van Delfia Batavorum, er zorg voor gedragen dat het uurwerk weer in elkaar is gezet en volledig gerestaureerd. Sindsdien leidt het een zwervend bestaan en bepleit de Commissie Behoud Stadsschoon een mooie plek in de publieke ruimte voor dit unieke erfgoed.
Het heeft een tijdlang in het oude Techniekmuseum aan de Ezelsveldlaan gestaan. Daarvoor en daarna is ermee gesjouwd en gesleept. Het zou een ereplek krijgen in het nieuwe Stadskantoor bovenop het station, maar toen dat eenmaal – jaren te laat – werd opgeleverd, waren de plannen alweer veranderd. Er is geopperd het in de Stationshal te plaatsen (vond de NS geen goed idee), in het gebouw Antoni (viel af), in het Huis van Delft (idem), en nog veel meer. Ondertussen ligt het al die tijd te liggen in de Nieuwe Kerk.
Sinds enige tijd zet CBS vol in op terugplaatsing in het Stadhuis, én hereniging van de klok met het unieke halfuurslagwerk waar het altijd samen mee heeft gefunctioneerd, en dat ook gerestaureerd is. Terugplaatsing is bouwkundig mogelijk, zo bleek nadat CBS de tekeningen van de oorspronkelijke opstelling van de uurwerken in 2020 had teruggevonden in het Stadsarchief en met de tekeningen in de hand een haalbaarheidsstudie deed.
Dit unieke slingeruurwerk terug op de plek waar het voor is gemaakt, op een historische plek: het lijkt de logische, beste en opwindendste oplossing, en de historisch juiste bovendien. Het zou tevens prachtige mogelijkheden bieden voor een toeristisch bezoek aan de gevangenis het Steen in combinatie met een rondleiding langs het unieke, oudste werkende slingeruurwerk dat door Huygens zelf is gezien.
Niettemin blijft actie van de gemeente of andere mogelijke belanghebbenden, uit. Er is ooit een gemeentelijk verplaatsingsbudget geweest voor het uurwerk, maar omdat de verplaatsing nooit heeft plaatsgevonden is het budget verdampt.
De klok naar huis begeleiden kost geld (al weet niemand hoeveel, schattingen reppen van ‘enkele tonnen’, maar uitgezocht is het niet), moeite, politieke goodwill, deskundigheid, geduld en tijd. Daarom zoekt de Commissie Behoud Stadsschoon een nieuw lid, iemand die zich als ’trekker’ van het project klok wil opwerpen, zegt CBS-voorzitter Willy Tiekstra.
Thomassen: ‘Het zou geweldig zijn als het in 2029 zou zijn gelukt, dan is het 400 jaar geleden dat Huygens werd geboren.’
Arnold Verschuyl laat ondertussen prenten rondgaan van houtsneden die de kunstenaar Esscher heeft gemaakt aan het einde van de jaren dertig. Op een van de prenten staat het Stadhuis terwijl het in de steigers staat. ‘Hierop’, zegt Verschuyl, ‘is het historische moment vastgelegd waarop de klok uit de toren verdween.’ Om te besluiten met: ‘Dit verhaal is een drama. Laten we dit snel tot een goed einde brengen!’
Sheila Sitalsing
(Op de foto hierboven: Het was gezellig druk tijdens de nieuwjaarsborrel op 28 januari)


